3.2.3 Toelaatbare gronddrukken

Figuur 3.2.3 geeft een indicatie van de maximaal toelaatbare gronddruk op vaak voorkomende grondsoorten.

Indicatie toelaatbare druk σd op bouwgrond in N/mm2
Grondsoort σd  N/mm2
Ingewaterd zand van grondverbetering naar gelang van de dikte van de zandlaag en de draagkracht van de ondergrond 0,05 - 0,1
Vaste zandbodem, nabij riviermonden en zeearmen 0,15 - 0,3
Vaste zandbodem, op draagkrachtige onderlagen 0,2 - 0,4
Zeer vast zand op grote diepte onder maaiveld 0,3 - 0,6
Leemhoudende gronden 0,08 - 0,16
Kleilaag, op draagkrachtige onderlagen 0,1 - 0,2
Mergel 0,3 - 0,8
Zachte krijtlaag 0,1 - 0,2
Grindlaag, op draagkrachtige onderlagen 0,3 - 0,8
Niet-verweerde rotsgrond 0,5 - 2,5
Figuur 3.2.3 Indicatieve toelaatbare druk op bouwgrond

Wijkt de ondergrond hiervan af, dan moet er een controleberekening of een proefbelasting worden uitgevoerd.

Hierbij moet worden aangetekend dat deze informatie geen inzicht geeft in het zettingsgedrag van de ondergrond. Enkele voorbeelden van zettingsgedrag:

  • Zandgrond zal bij belasting in het algemeen een eenmalige zetting geven van enkele millimeters, waarna de ondergrond stabiel is.
  • Kleihoudende grond zal gedurende de gehele belastingsperiode blijven zetten. De steiger kan daardoor enkele centimeters zakken, waardoor de verankeringen onder spanning komen te staan.

Een initiatief van

VSB Vereniging van Steiger-, Hoogwerk- en Betonbekistingbedrijven
www. www.vsbnetwerk.nl

Bouwend Nederland
www.bouwendnederland.nl

Printversie

Geïnteresseerd in een geprinte versie? Bekijk de informatie en bestel uw geprinte versie via ons online bestelformulier. 

Disclaimer

Bij de samenstelling van deze uitgave is door de Commissie Richtlijn Steigers en de instellingen en bedrijven die daaraan hebben meegewerkt, een zo groot mogelijke zorgvuldigheid betracht. Door de Commissie en meewerkende derden wordt echter geen aansprakelijkheid aanvaard indien gegevens uit deze uitgave niet mochten leiden tot het bedoelde resultaat of aanleiding mochten geven tot enigerlei schade.
U bevindt zich hier: Home Inhoud Richtlijn 3. Werkvoorbereiding van project 3.2 Ondergrond 3.2.3 Toelaatbare gronddrukken